Lilienthal

Toen ik één was
publiceerde een Duits ingenieur
een studie over het vliegen
van meeuwen in Vorpommern

voordat hij sprong van een heuvel
bij Berlijn. Dat was zijn
uitspraak over de vliegkunst,

het feitelijke zweven,
het kijken naar vogels
en het vertalen ervan.

Dat hij daarna zijn rug brak,
spreekt het kloppen niet tegen.


Uit: Pessoa loopt door de straten van New York, 2005


Bemerk Anna, kalksteen aan haar voeten,
de rozemarijn prikt manshoog. De ogen tranen
van een opgestoken landwind, de hoogvlakte-
bries schuurt de lariks, droom beitelt haar dageraad .

alleen maar opperhuid. Ik wil opstand,
en kijkende kilometers maken over klinkers.
Prospekt. Afstruinen tegen de richting in,
baksteen na baksteen, tegen de vernietiging.

Uit: Een Landschap, 2008

Zeeuws

Geen klachten. Kalm
repeterende weiden,
bomenrijen. Eelt
aan het broos
van de polder.

Het eender in het gelaat
van de boer ploegt
eenvoudig voort.

De modder,
de gelaten mode,
ongestoord.


Uit: Een Landschap, 2008

(...)

wat houdt je intact? sensibiliteit of geweld? is het spijt of sneer?
je bestaat uit levenloosheid, onze atomen hebben geen benul.
iets gaat mis in deze constellatie. toch aangename stoffelijkheid.
huid, aardbeienjam, koffietijd. wij bouwen, construeren, timmeren vast,
zetten naar de hand, en halen een landschap neer.

Fragment uit: Een Landschap, 2008